en

Fiona Lutjenhuis in haar tentoonstelling Seasoned Sins in het Noordbrabants Museum. Foto: Natascha Libbert. Foto auteur: Robin de Puy

In het donker woont de verbeelding

Over Fiona Lutjenhuis, haar jeugd en het werk Agnus Dei (2024)

In religies staat het licht vaak symbool voor het goede, het donker voor het kwaad. In de besloten religieuze gemeenschap waarin beeldend kunstenaar Fiona Lutjenhuis opgroeide, was het donker veel aanwezig in het dagelijks leven. De verhalen die ze meekreeg tijdens haar jeugd, boezemden haar angst in. Maar ze vond een manier om ze in haar kunst te verwerken.

Al vanaf jonge leeftijd vind ik dingen gauw eng. Met stip op één staan horrorfilms. De enkele enge film die ik in mijn leven heb doorstaan, maakte zo’n indruk dat ik nog precies weet hoe oud ik was (te jong) en waar ik was (op feestjes van schoolvriendjes) toen ik ze zag. En hoe ik daarna nachtenlang wakker lag. Ook al vertelde ik mezelf nog zo vaak dat het allemaal niet echt was, dat hielp, en helpt, niets. Zodra ik in het donker in bed lig, komen de imaginaire werelden tot leven. Uiteindelijk besloot ik dat het oké was om er niet tegen te kunnen en ik bande de enge films uit mijn leven.

Ondanks dit besluit, broeit er een onbedwingbare nieuwsgierigheid in mij naar dit soort engigheden. Ik weet dat ik er niet tegen kan, maar ik wil toch weten hoe het zit met de doorgeslagen hoteleigenaar of met het telefoontje dat vanuit het huis komt. Vaak is er dan wel iemand in mijn omgeving die de film kent en mij haarfijn over het verloop kan vertellen. Mijn oren klapperen, van interesse en tegenzin tegelijk. Ik gruwel van de woorden die ik hoor. En de beelden die daardoor in mijn hoofd ontstaan, blijven ergens in mijn herinneringen wonen.

WERELD VOL VERHALEN

Toen kunstenaar Fiona Lutjenhuis (Zevenaar, 1991) jong was, bouwde haar vader werelden in de verhalen die hij haar vertelde. Onbegrijpelijke bouwwerken met meeslepende vergezichten. Visioenen van een toekomst waarin alleen een uitverkoren groepje mensen zou overleven. Angst en verwachting gingen hand in hand. Want het gezin van Fiona hoorde bij de uitverkorenen. De verhalen waarin haar ouders geloofden en waarmee ze Fiona en haar zusjes omringden, werden gevormd door elementen uit het christendom, geloof in buitenaardse wezens en sciencefiction. Het waren verhalen vol aliens en geesten, die niet alleen in een ander universum woonden, maar ook op aarde aanwezig waren. Waar ze je de hele tijd in de gaten hielden. Binnen vijf jaar, zo geloofde Fiona’s vader, zou er een laatste oordeel plaatsvinden. Dan moest je je maar beter gedragen hebben. Anders zou je niet worden meegenomen naar de nieuwe wereld. Dan was je een achterblijver.

Deze verhalen, zo leerde Fiona later, maakten onderdeel uit van de levensbeschouwing van een kleine groep mensen die zichzelf Malva noemde. Ze vormden een besloten gemeenschap, een sekte, waarin de sociale en religieuze controle streng was. Er was een binnen- en een buitenwereld. In de binnenwereld voelde Fiona zich altijd angstig, voor de wezens die haar bespiedden en voor het onnavolgbare toekomstvisioen dat haar werd voorgespiegeld. Maar ook in de buitenwereld voelde ze zich verloren. Haar klasgenootjes leidden, in vergelijking met haar, heel andere levens, zorgeloos en onbekommerd.

Fiona Lutjenhuis in haar tentoonstelling Seasoned Sins in het Noordbrabants Museum. Foto: Natascha Libbert

GEHEIMTAAL

Zo lang als Fiona zich kan herinneren, tekent ze al. Ze tekende in haar dagboeken en maakte strips, waarin ze over haar ervaringen uit het dagelijks leven stripverhalen maakte. De tekeningen waren geen letterlijke verbeeldingen van wat ze meemaakte, maar ze gebruikte een soort geheimtaal. Door in symbolen te tekenen, kon niemand zomaar begrijpen waar haar strips precies over gingen. Met de beelden die al tekenend ontstonden, maakte Fiona een soort tegenwicht voor de verhalen van haar vader. Fiona herinnert zich dat ze het raar vond, dat er geen afbeeldingen van zijn verhalen bestonden. Geen plaatjes, zoals van Bijbelverhalen of sprookjes. Want, als hij de waarheid verkondigde, dan moesten er toch ook afbeeldingen van bestaan? Maar hij had geen afbeeldingen, alleen woorden.

Fiona Lutjenhuis, The Shell of Life, 2025, gemaakt voor de Prix de Rome 2025. Foto: Peter Tijhuis

Fiona Lutjenhuis, The Shell of Life (detail), 2025, gemaakt voor de Prix de Rome 2025. Foto: Peter Tijhuis

Naast het verwerken van haar dagelijks leven, bood het tekenen Fiona de kans om nieuwe werelden te scheppen. Waarmee ze zichzelf in een traditie plaatste: enkele van de beroemdste kunstwerken in de kunstgeschiedenis zijn religieuze kunstwerken die werden gemaakt om ongeletterde mensen het geloof uit te leggen. En om dat wat eigenlijk onbevattelijk groot is, zoals een wonder of een god, toch inzichtelijk te maken. Geïllustreerde Bijbels, altaarstukken of glas-in-loodramen: beeld is in staat om op een heel directe manier te communiceren en mensen te raken. Ook nu maakt Fiona nog strips, en ze schildert met haar eigengemaakte verf in een tekenachtige stijl. Haar beeldtaal is nog steeds een geheimtaal met symbolen. Soms zijn ze heel direct te lezen, maar vaak ook niet. Ze wil geen schilderijen maken die anderen in één oogopslag kunnen begrijpen.

In plaats daarvan wil ze met haar kunst vooral een gevoel overbrengen. Een gevoel dat intrigeert en ook een beetje bang kan maken. Een gevoel waardoor je je verloren kan voelen, terwijl je er ook steeds dieper in wil verdwijnen. Het doet me denken aan de manier waarop theoloog Rudolf Otto meer dan honderd jaar geleden religieuze ervaringen heeft beschreven. Die noemde hij een mysterium tremendum et fascinans, een mysterie dat tegelijkertijd ontzagwekkend en fascinerend is. Een ervaring die op twee manieren overweldigend is: op een afschuwelijke, afstotende manier, maar ook overweldigend op een intrigerende, aantrekkende manier. Voor mij gaat Fiona’s werk over dit soort ervaringen, onbevattelijk en groot, die ze met haar schilderijen zo goed en zo kwaad als het gaat probeert te navigeren.

Fiona Lutjenhuis, Agnus Dei, 2024, houten kamerscherm, beschilderd met caseïneverf en pigmenten, collectie Museum Helmond. Foto: Natascha Libbert

KUNST DIE OMARMT

Het oeuvre van Fiona bestaat uit strips, (tijdelijke) wandschilderingen, tekeningen op papier, beschilderde kamerschermen en ruimtelijke installaties. Deze artistieke media zijn op een bepaalde manier intiem, ze laten de kijker binnen in een persoonlijke wereld. Je kunt er dichtbij komen en je erdoor omringd voelen. Vooral het kamerscherm is een opvallend medium. Dit gebruiksvoorwerp kunnen mensen in huis neerzetten, waardoor het wordt opgenomen in de alledaagse leefomgeving. Ook in museale tentoonstellingen geven de schermen een gevoel van nabijheid, je voelt je als bezoeker er door omarmd. Ze zijn als een landschap waarin je naar binnenstapt. Omdat het kamerscherm een gebruiksvoorwerp is, wordt het kunstwerk ook van een zekere bijzonderheid, of heiligheid, ontdaan die kunst in de westerse wereld doorgaans krijgt toebedeeld. Het wordt een object om mee te leven. Tegelijkertijd doen de kamerschermen, bestaand uit meerdere luiken, ook denken aan altaarstukken zoals die in christelijke kerken zijn te vinden.

Het triptiek Agnus Dei (2024) verhoudt zich in woord en beeld tot zo’n altaarstuk, een van de beroemdste meesterwerken uit de Europese religieuze kunst: het Lam Gods (1432) van de broers Jan en Hubert van Eyck. Volgens Fiona is dit een van de mooiste kunstwerken dat ooit is gemaakt. Niet omdat ze gelooft in de religie waarover dit werk gaat, maar om de manier waarop het geschilderd is. De titel van haar eigen drieluik is een directe verwijzing, Agnus Dei is Latijn voor Lam Gods. De term verwijst naar Jezus, die in het christendom als zoon van God stierf voor de zonden van de mensen op aarde. Hij werd geofferd, om de mensheid te redden. Het Lam is dan ook een symbool voor het offer. Zowel op het grote schilderij van de gebroeders van Eyck als op Fiona haar werk, staat in het midden een tafel – het altaar, de plek waar traditioneel offers aan de goden worden gebracht.

Midden op haar rijk versierde offertafel schilderde Fiona niet een gewoon, pluizig lammetje, maar een boterlam. In katholieke huishoudens staat met Pasen een lam gemaakt van boter op de eettafel, met zwarte ronde oogjes en een rood lintje om de nek. Dit rode lintje staat symbool voor het bloed van Jezus dat vloeide toen hij gekruisigd werd. Het verwrongen samengaan van het lieflijke (het lammetje) en het gruwelijke (de offerdood), is een rode draad in de vele verhalen die Europese culturen hebben vormgegeven, zoals de oorspronkelijke sprookjes van de Gebroeders Grimm of verhalen uit de christelijke Bijbel. Maar door de jaren heen zijn sprookjes goeddeels van hun gruwel ontdaan en verworden tot verhalen voor het slapen gaan. Bijbelverhalen zijn zoveel afgebeeld in kunstwerken dat we nauwelijks nog registreren dat we negen van de tien keer naar een marteling of een groots lijden staan te kijken. Maar, Fiona wil niet dat we die enge oorsprong vergeten. Dat is volgens haar namelijk een fundamenteel onderdeel van hoe mensen zijn. In haar werk zoekt ze naar manieren om de suggestie van het kwaad aanwezig te laten zijn, zonder het heel confronterend te maken. De suggestie roept vaak eerder een reactie op dan een letterlijke verbeelding van het enge.

Jan en Hubert van Eyck, De aanbidding van het Lam Gods, 1432, olieverf en tempera op eikenhouten paneel, Collectie Sint-Baafs Kathedraal, Gent.

ZELFPORTRETTEN

Naast het centraal geplaatste altaar, is er nog een overeenkomst tussen Agnus Dei en het beroemde laatmiddeleeuwse Lam Gods. Op de zijluiken staan mensfiguren afgebeeld, die allemaal een eigen identiteit en symboliek hebben. Ze hebben een eigen rol in het geheel. Op het Lam Gods zijn dit Bijbelfiguren en heiligen. Op de twee buitenluiken van Agnus Dei staan mensfiguren, allebei zelfportretten van Fiona. Op het linkerluik draagt ze in haar armen haar vader, die ze heeft voorgesteld als een pauw. Met deze houding geeft ze uitdrukking aan hoe ze hun relatie heeft ervaren als jong meisje en hoe ze nu terugkijkt op die ervaring. In plaats van dat haar vader voor haar zorgde, moest ze al vroeg volwassen zijn, om in de wereld van haar vader een weg naar buiten te vinden. In plaats van een beschermende omgeving, bestond zijn wereld uit angst en onzekerheid.

Op het rechterluik houdt dezelfde figuur al zittend een rond brood voor haar gezicht, als een masker van brood. Dit masker verwijst naar meerdere dingen. Bovenal, het broodbakken dat Fiona vroeger thuis deed. Hieraan koestert ze warme herinneringen, aan hoe de geuren haar gerust stelden. Daarnaast verwijst het ook naar haar familiegeschiedenis. In de familie Lutjenhuis komen meerdere generaties bakkers voor. En het verwijst naar het ritueel van brood delen en eten. Een ritueel waarin mensen met elkaar verbonden raken. Fiona zette de traditie van het broodbakken naar haar hand, door broden te beschilderen en door er op zichzelf staande kunstwerken van te maken. Soms bakt ze broden voor bezoekers van haar tentoonstellingen, en het brood dat overblijft gebruikt ze vervolgens weer in haar kunst. Een van haar broden stelt een indringende vraag: Is this darkness in you too?

Fiona Lutjenhuis, Take my sacrifice, 2024, eetbare sculptuur van brooddeeg

Trailer van de film Wicker Man, 1973. Geregisseerd door Robin Hardy en geschreven door Anthony Shaffer. Bron: vimeo.com/126045353

Trailer van de film Wicker Man, 1973. Geregisseerd door Robin Hardy en geschreven door Anthony Shaffer. Bron: vimeo.com/126045353

BEELDEN DIE BRANDEN

Zowel in haar broden als op de schilderijen, laat Fiona ingenieus vlechtwerk zien. Op Agnus Dei zijn gevlochten broden op en achter de offertafel te zien. Als ik Fiona hier naar vraag, vertelt ze over de grootste inspiratiebron voor het kunstwerk. Naast het beroemde middeleeuwse altaarstuk, is er nog een belangrijkere invloed geweest: een horrorfilm. De Britse klassieker The Wicker Man (1973). Het woord wicker betekent gevlochten. Een wicker man is een mythische figuur, een reus gemaakt van gevlochten takken. Hierin werden mensen, vaak veroordeelde criminelen maar soms ook onschuldigen, opgesloten. Vervolgens werden ze ritueel geofferd doordat het bouwwerk in de brand werd gestoken. In de film vindt dit ritueel plaats op een Schots eiland, waar de inwoners het christendom hebben ingeruild voor een pre-christelijke natuurreligie. Dit soort offers zijn bedoeld om de goden gunstig te stemmen. Over of het ritueel met de wicker man ooit echt heeft bestaan, zijn de meningen verdeeld. Maar de verhalen erover bestaan tot op de dag van vandaag, mede door de beroemde film.

Over The Wicker Man schreef een BBC-recensent it will burn its way into your unconscious, de film zal zich in je onderbewustzijn branden. Toen ik dit las, vond ik het een heel treffende beschrijving voor mijn ervaring met horrorfilms. Beelden, of ik ze nu gezien of zelf bedacht heb, die me niet meer loslaten. Omdat ik er van gruwel en door gefascineerd ben. Het lijken ook de juiste woorden om de blijvende invloed van Fiona’s jeugdervaringen te beschrijven. De woorden die ze te horen kreeg van haar vader, werden beelden in haar hoofd. Beelden waarmee ze niet anders kan dan verder leven.

Uit haar jeugd herinnert Fiona zich offers voor aliens, zodat als deze met hun UFOs zouden komen, haar gezin zou worden gered van het einde der tijden dat de aarde zou vernietigen. Op Agnus Dei zie je op verschillende plaatsen zwevende huisjes, die UFOs symboliseren. De bovenlaag van het schilderij verbeeldt het interieur van deze huisjes. Binnen vinden bezwerende rituelen plaats, die buitenaards van karakter lijken, eng, unheimisch, verbeeldingen die zich inderdaad in je onderbewustzijn kunnen nestelen en niet meer loslaten. Voor Fiona voelt het alsof haar jeugd geofferd is door haar ouders. Hun geloof stond zó centraal, dat alles daarvoor moest buigen. Waardoor zij geen kind kon zijn. Haar hoofd werd zo volgestopt met de visionaire beelden en verhalen van haar ouders, dat er nauwelijks ruimte was voor haar eigen fantasie. Door haar jeugd nu in haar kunst juist wel op haar eigen manier vorm te geven, neemt ze de regie weer terug in eigen handen.

EIGEN REGIE

In Fiona’s eigen regie maakt ze niet alleen nieuwe beelden van haar jeugdherinneringen, maar er is ook ruimte voor een zekere berusting, en zelfs nieuwsgierigheid. Het is bijna niet te geloven dat Fiona met mededogen over haar jeugd kan spreken, over haar vader en de angstbeelden ze nog altijd bij zich draagt. Ze spreekt erover op een rustige en weloverwogen toon, en kiest heel bewust wat ze wel en niet met anderen wil delen. En ze kan er aanstekelijk bij lachen, als dat wat ze vertelt bijna te gek voor woorden is. En dat was het in haar jeugd vaak. Maar, gek noemt ze haar familie niet. Of mensen die nu bij sektes hun heil zoeken.

Want dat is zoals ze het ziet. Het zijn mensen die moeite hebben om met de realiteit om te gaan, zij zoeken een veilig onderkomen en denken dit te vinden in sektes, zoals die waar haar ouders bij zaten. Ze zijn bang voor dat wat ze niet kunnen weten, ze zoeken manieren om die donkerte van onzekerheid in te vullen. Waar ze dan vervolgens volledig in kunnen doorslaan. Ergens wil Fiona dat nog wel begrijpen. Rechtvaardigen niet, maar doorgronden, dat wel. Ze verdiept zich in allerlei religies, wil er meer over leren, om vervolgens elementen daaruit – beeldend, met symbolen, op haar eigen manier – terug te laten komen in haar werk. De kunstwerken die daaruit ontstaan, nodigen uit tot een soortgelijke onderzoekende houding. Het wordt nergens een harde afrekening met haar getroebleerde jeugd, maar bovenal een manier om ermee om te gaan, verder te leven en dit met anderen te delen.

Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuwe publicaties, het museum en haar collecties.

00:00